Het boek De Deventer Moordzaak, het complot ontrafeld van Bas Haan, journalist van Nieuwsuur, wordt verfilmd, onder de titel De Veroordeling. Het gaat over het verdraaien van de feiten, trial by media en hoe fake news ineens als waarheid kan worden beschouwd. De rol van Bas van Haan wordt gespeeld door Fedja van Huêt. Ernest Louwes, haar belastingadviseur, is daarvoor tot 12 jaar cel veroordeeld en heeft zijn straf inmiddels uitgezeten. Met advocaat Geert-Jan Knoops is hij zich altijd blijven inzetten om zijn onschuld aan te tonen.
In 2005 zette opiniepeiler Maurice de Hond een publiciteitscampagne op om aan te tonen dat niet Louwes, maar Michaël de Jong, de klusjesman van Wittenberg, de dader is. Het leidde ertoe dat De Jong en zijn vriendin door fanatieke medestanders van De Hond moesten vluchten en onderduiken. In 2009 had misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink een exclusief interview met Michael de Jong en zijn vriendin.
In januari 2006 verklaart opiniepeiler Maurice de Hond de oorlog aan Michaël de Jong en diens vriendin Meike Wittermans. De Hond heeft de overtuiging dat ‘de klusjesman’ in september 1999 de moord op weduwe Jacqueline Wittenberg heeft gepleegd en niet de hiervoor veroordeelde boekhouder Ernest Louwes.
Hij ontketent een heksenjacht op twee onschuldige burgers die jarenlang als opgejaagd wild voor hun leven moeten vrezen. In een exclusief interview met Panorama blikken ze terug op de strijd met De Hond “en zijn huurlingen. We zijn bijna al onze vrienden kwijtgeraakt, we zijn zwaar beschadigd, maar we hebben elkaar nog.”
In het holst van een koude winternacht in de buurt van Deventer moet er iemand even bij bezinning zijn gekomen. Het is januari 2007. Twee groepen ‘huurlingen’ – zoals Michaël de privédetectives van Maurice de Hond noemt – stonden op het punt Meike in de val te lokken. De ene groep moest Michaël in de gaten houden, de andere zou Meike meenemen naar een hotel in het buitenland, weg van Michaël. Het idee was dat als de twee uit elkaar getrokken waren, Meike wel zou doorslaan.
Michaël: “Toen is er iemand zo verstandig geweest om te zeggen: ‘Jongens, dit gaan we niet doen, dit gaat me te ver.’ Maar ze moeten hier opdracht voor hebben gehad, denk je dat ze dit uit zichzelf zijn gaan doen?”
Het is maar een van de wapenfeiten in de oorlog van Maurice de Hond tegen Michaël en Meike.
Michaël: “Het is eigenlijk onvoorstelbaar wat er in deze zaak allemaal is gebeurd. Er is een graf opengemaakt op basis van borrelpraat, de Hoge Raad heeft zelf interviews gehouden, dat is volgens mij nog nooit gebeurd. Onze mails aan de advocaat zijn gehackt, er is een tonnen kostende mediacampagne gevoerd, alleen maar omdat één man zijn gelijk wil halen.”
Uit zijn vel
Voor Michaël en Meike begint de ellende in januari 2006. Maurice de Hond heeft eerder op televisie de beelden gezien van een woedende Ernest Louwes die net te horen heeft gekregen dat hij wél wordt veroordeeld. Hij had gerekend op vrijspraak en springt uit zijn vel, de parketpolitie moet de man in bedwang houden. De Hond trekt er de conclusie uit dat deze man onschuldig moet zijn en met alle middelen die hij heeft mobiliseert hij de publieke opinie. De Hond meent ook te weten wie het wél heeft gedaan: Michaël de Jong, die hij ‘de klusjesman’ noemt, een term uit het politie-onderzoek van 1999.
Michael: “De klusjesman van de Wittenbergs was een heel ander persoon. Ik was een huisvriend, maar De Hond heeft een hele mythe rond ‘de klusjesman is de moordenaar’ gecreëerd.”
De overtuiging van Maurice de Hond, dat Michaël een moordenaar is, zal nooit meer wijken, ook niet nadat er voor de tweede maal een herziening is geweest en met nieuw dna-bewijs is vastgesteld dat niemand anders dan Louwes de dader kan zijn geweest.
Michaël: “Ik heb Louwes één keer gezien op de begrafenis van mevrouw Wittenberg, daarna op de rechtszittingen. Niemand wist wat zijn relatie was.”
Er waren plannen voor een Dokter Wittenberg Stichting, Louwes zou die op verzoek van de weduwe beheren.
Michaël: “Er waren niet veel mensen die haar plannen kenden. Ze had er met mij en met de notaris over gesproken, niet met haar familie, die was er niet zo erg voor. Op zondag 19 september, een week voor haar dood, had ze mij erover verteld. Ik heb haar toen gezegd dat het verstandig zou zijn meer toezicht te houden. Daar reageerde ze positief op, ze was verbaasd dat die man haar daarover niets had verteld. Het was de laatste keer dat ik haar zou zien, een week later – op maandag 27 september – belde de politie. Of ik naar het bureau wilde komen. Ik had net afscheid genomen als beheerder van een pand waar enkele studentenorganisaties waren gevestigd, ik dacht dat er een ruit gebroken was of zoiets en dat ze nog niet wisten dat ik er sinds kort niet meer werkte.”
Begrafenis
Meike: “Bij de begrafenis zagen we dat een man die ons had gecondoleerd vertrok met het receptieboek onder de arm. Dat bleek later Louwes te zijn, die als executeur-testamentair was aangesteld. Een paar weken later, op 19 november, werd hij aangehouden als verdachte. In de kranten stond dat hij geld van de weduwe naar een privérekening had gesluisd.”
Michaël: “Louwes had mij een brief gestuurd, van een paar regels, over de afwikkeling van het testament. Er stond heel zakelijk alleen maar in dat mevrouw Wittenberg overleden was en dat er 25.000 gulden vrij van kosten en baten aan mij gelegateerd was.”
Meike: “De afhandeling van de zaak was helemaal niet in de geest van de Wittenbergs zoals Michaël hen kende. De familie werd overal zoveel mogelijk buiten gelaten, de rouwkaart was kil en onpersoonlijk. Dat zou mevrouw Wittenberg nooit zo gewild hebben.”
Michaël: “In 1999 waren wij helemaal niet in beeld bij de media. We hebben in het begin de zaak gevolgd, we zijn wel naar de rechtszittingen geweest. Het viel ons op dat Louwes zichzelf nogal tegensprak. Wij wilden graag weten wat dit voor man was, niemand snapte er iets van.”
Tot 2006 is er niet veel aan de hand. Sommige journalisten zetten vraagtekens bij de schuld van Louwes, maar daar hebben Michaël en Meike geen last van. Tot Maurice de Hond – eerst alleen op internet – gaat beweren dat Meike en Michaël de daders zijn. Ze schakelen advocaat Jan Vlug uit Deventer in als woordvoerder.
Meike: “Hij zag wel aankomen dat we overreden zouden worden door de media. Die hingen ieder moment aan de telefoon, stonden voor ons huis en stopten visitekaartjes in de bus. Ja, als er teksten op internet staan als: ‘Ik weet je te vinden…’ Buurtbewoners lazen de rotzooi in de kranten ook, dat merkten we aan hun scheldpartijen als we buiten kwamen. Iedereen aapte De Hond na en iedereen leek alles eerder te weten dan wij.”
Open brief
Aan wederhoor doet Maurice de Hond niet. In 2006 stuurt hij Meike een open brief.
Meike: “Hij schreef dat hij wel wist dat ik in een liefdeloze relatie zat, ‘wij kunnen je wel redden, er staat een advocaat voor je klaar, kom maar naar ons toe, wij weten alles’. Dat deed me zó pijn, dat een vreemde figuur zo tegen mij sprak alsof ik een of ander dom schaap ben. Ik was ook zo ontzettend boos. Hoe dúrf je zo in mijn privéleven binnen te dringen? Hij had allerlei intieme informatie van vriendinnen van mij, zei hij.”
Michaël: “De open brief was eerst per e-mail verstuurd. Ik vroeg me al af: hoe komt hij aan haar email-adres? De brief werd ook in een enveloppe bezorgd in ons nieuwe huis. Zonder postzegel. Hij lag daar gewoon in de bus. Dat was bedreigend. Dat ze zo dichtbij kwamen, terwijl we dachten daar veilig te zijn. Onze omgeving dacht dat we ’t overdreven, dat we spoken zagen, achteraf bleek dat er drie recherchebureaus actief zijn geweest. Dat moet een gigantisch bedrag hebben gekost.”
Meike: “Ik wilde een fiets kopen. Toen ik daar was, waren zij er ook. Twee mannen. Of ze wisten dat ik daarheen ging of ze zijn me de hele weg gevolgd. Ze zeiden: ‘We willen even met jou praten, je weet zeker wel waar we voor komen. Jij bent de sleutel tot de oplossing van de Deventer Moordzaak!’ Ik zei: ‘Dat ben ik helemaal niet en ga maar naar Jan Vlug!’ Ik vond het heel bedreigend, ik voelde me gestalkt. Ik ben ook een keer bijna klemgereden op het fietspad en ik ben achterna gezeten door iemand in een Nissan Patrol. Er reden en stonden voortdurend onbekende auto’s in de straat. Ik herinner me dat ik een keer naar buiten ging om batterijen te halen, hoorde ik in de straat achter mij een auto optrekken met gierende banden. Ik rende een straat in waar geen auto’s konden komen en ze vertrokken. Bang was ik niet, eerder kwaad dat ik er niets tegen kon doen. Wist ik veel hoe erg het nog zou worden.”
Gebarricadeerd
Michaël: “We weten nu wie het geweest zijn, er zijn processen-verbaal van. Ik merkte ook dat ik gevolgd werd, als ik met de fiets wegging om de honden uit te laten. Een auto rijdt een stuk met je mee, draait een zijweg in. Een eindje verder kom je die auto wéér tegen. Maar je kunt niets doen, je kunt ze niet aanspreken of zo, ze blijven op afstand. We hadden geen idee wat we moesten doen om ons te beschermen. We zaten in een gebarricadeerd huis tot het donker was, bij daglicht durfden we niet naar buiten. Ik had zes brandblussers in huis, je houdt overal rekening mee. Buiten werd ik herkend. Onderweg moest ik een keer een sanitaire stop maken bij een pompstation langs de snelweg, ik liep langs zo’n koffietafel met vrachtwagenchauffeurs. Die mannen stonden mij aan te kijken terwijl ze in de krant iets over de zaak aan het lezen waren. Dan ben je daar toch snel weer vertrokken, dat gaf een heel onprettig gevoel, het beïnvloedt je handelen, je kunt er niet onderuit, je kunt het niet vermijden. Het komt op onverwachte manieren binnen.”
Meike: “Als ik naar de kapper ging en Michaël was aan de overkant naar een schoenenwinkel of zo, gingen ze dat op het forum van de Hond diezelfde avond bespreken. In de trant van: Nou zeg, wat zijn ze zielig en bang en arm maar niet heus, ze waren gewoon in de stad hoor, hij stond wel een uur naar hele dure schoenen te kijken, braaf buiten op het vrouwtje wachten. Michaël de weduwenmoordenaar en Meike de meinedige vriendin… Hoe moet je in godsnaam daartegen vechten?”
Michaël: “Andere mensen volgden die trend. Kijk wat-ie aan het doen is. De Hond riep burgers op om informatie over ons te verzamelen.”
Meike: “De Hond kwam iedere keer met iets nieuws, iedere week was er wel weer iets. Als je ziet hoeveel schriftelijk materiaal hij heeft geproduceerd, tienduizenden pagina’s waarin feiten, aannames en onzin zo door elkaar lopen, dat het lijkt alsof het allemaal waar was wat hij schrijft. Hij is toch de betrouwbare peiler? Ik was een keer ergens met een aantal oud-studiegenoten en één van hen wilde aan de bar wat bestellen, werd er gezegd: ‘Je krijgt niks, weet je wel wie zij is, donder maar op.’ Omdat ik er bij was.” Waar hadden we dit in hemelsnaam aan verdiend?
Meisjesdingen
We vroegen ons ook af wie toch die ‘getuigen’ waren waar De Hond het steeds over had. Zo blijkt mijn oudste vriendin naar Maurice de Hond te zijn gestapt, ze heeft allerlei intieme dingen over mij verteld. Ik kende haar al 35 jaar. Dat komt nooit meer goed. Dat doet enorm pijn. Vanaf de tweede klas van de lagere school was ze mijn vriendin. Ze weet alles van mij. Al die meisjesdingen. Maurice de Hond weet dat nu ook misschien allemaal. Ze is ook actief op die site van hem. Ze verklaarde schriftelijk bij de rechtbank dat ze bang was dat Michaël mij tot zelfmoord zou dwingen. Er was een reünie van mijn studentenvereniging. Toen ik binnenkwam voelde ik me net als Mozes bij de Rode Zee: ze weken allemaal aan de kant toen ze mij zagen.”
Michaël: “Eigenlijk ben ik al mijn goede vrienden kwijtgeraakt. Eén had een leidinggevende functie bij de zaak waar hij werkte. Omgaan met mij was slecht voor het bedrijf, dat kon hij er niet bij hebben. Dat isolement was een bewuste strategie om ons los te weken uit onze sociale omgeving. We moesten sociaal, fysiek, psychisch en financieel kapot. Dan zouden we wel breken.”
Een van de zwaarste dingen die ze hebben meegemaakt was in juni 2009 het getuigenverhoor in het hoger beroep van de strafzaak tegen Maurice de Hond. Michaël en Meike hadden in 2006 aangifte tegen hem gedaan wegens smaad en laster. De rechtbank oordeelde De Hond schuldig en legde hem een taakstraf op en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Daar ging hij tegen in hoger beroep.
Michaël: “Maurice de Hond heeft altijd geroepen dat als wij in de getuigenbank flink aan de tand zouden worden gevoeld, wel zou blijken dat wij de ware schuldigen waren. Hij heeft diverse keren aan justitie gevraagd of hij ons onder ede mocht horen. Natuurlijk wees men dit iedere keer af. In de strafzaak tegen de Hond wilde het Hof ons wel horen, maar dan om te vertellen wat De Hond en zijn vriendjes ons hadden aangedaan.”
Onbeschoft
Meike: “Maurice de Hond mocht van te voren schriftelijk vragen indienen. Wij moesten komen en waren verplicht de vragen van de raadsheer-commissaris te beantwoorden. Dus ook de vragen die hij namens De Hond stelde.”
Michaël: “Het was bij het Hof in Amsterdam, aan de Prinsengracht. Je mocht geen contact met de buitenwereld, maar Maurice de Hond ging de hele tijd zitten twitteren. Bleek achteraf. Hij was voortdurend met zijn telefoon in de weer. De rechter zei er een paar keer wat van, dan zei hij dat hij zijn e-mail moest bekijken. Ik vond het vreselijk onbeschoft, ik heb me behoorlijk zitten ergeren. Op een gegeven moment stond hij ook gewoon op en liep hij weg, de rechter vroeg: ‘Waar gaat u heen?’ ‘Naar de wc.’ ‘Dan zal ik even parketpolitie met u meesturen.’ ‘O, ik mag niet alleen naar de wc?’ ‘Nee, ik bepaal dat, ik heb vandaag de regie.’ Nog zoiets: als de rechter binnenkwam ging iedereen staan, hij bleef gewoon zitten.”
Meike: “Het ging over intieme dingen waar niemand wat mee te maken heeft. De raadsheer-commissaris dwong mij antwoord te geven, dus ik heb ten overstaan van De Hond, de man die mijn leven heeft vernield, moeten vertellen over hele persoonlijke zaken. Daar heeft Maurice de Hond later grapjes over gemaakt tijdens de behandeling van zijn rechtszaak, waar publiek bij mocht zitten. Zelfs díe privacy van mij heeft hij geschonden.”
Michaël: “Eén vraag was of me niet verbeeldde dat we zo gestalkt en achtervolgd en beschadigd werden, of dit niet iets was dat alleen in ons hoofd speelde. Na onze uitleg begreep hij wel dat het de harde werkelijkheid was. Maurice de Hond heeft gedacht: ‘Ik neem ze te grazen, het zijn twee idioten uit de polder, ik maak ze wel kapot.’
Meike: “Hij dacht dat hij zoveel procent van het Nederlandse volk achter zich had en dat hij daarmee Louwes vrij kon krijgen en Michaël achter de tralies, zonder enig juridisch bewijs. Ik vond het wel schokkend dat De Hond uiteindelijk toegaf dat het hem helemaal niet om Louwes of Michaël ging, maar om de rechtsstaat.”
Geobsedeerd
Michaël: “Nederlanders laten zich niet sturen, daar heeft hij zich ook op verkeken. Ondanks die advertentiecampagne in de landelijke kranten, die actie alleen al moet hem minstens 100.000 euro hebben gekost. Het ergste daarvan vond ik dat ze er niet voor terugdeinsden er een foto van de vermoorde mevrouw Wittenberg bij te plaatsen. Verschrikkelijk. In het begin hadden we helemaal niet in de gaten hoe het allemaal werkte, wij leefden in 1999 in de waan dat we konden helpen de zaak op te lossen door alles naar waarheid te beantwoorden. Het maakt in de ogen van sommige mensen nu niet meer uit wat we zeggen, ze zijn gemanipuleerd en geobsedeerd door de leugens van De Hond. Er zou acht ton in die hele campagne zijn gestoken.”
De boodschap is: Louwes is onschuldig, Michaël de Jong is de echte moordenaar. Het juridisch verweer hiertegen levert wel iets op: toewijzing van een schadevergoeding en een dwangsom voor elke nieuwe overtreding.
Michaël: “Netto schiet je daar niets mee op, er zijn vier advocaten mee bezig, als je ziet wat voor schulden we de afgelopen jaren hebben moeten maken… Er moet geld bij. We moesten van mensen geld lenen voor boodschappen en om de griffiekosten te kunnen betalen.”
Meike: “Maurice de Hond bepaalde wat er naar buiten kwam, hij liet alleen de stukjes zien die hem goed uitkwamen. We konden ons daartegen nauwelijks verdedigen, er was geen plek waar we veilig waren. De Hond liet honderdduizend pamfletten drukken, met het ‘profiel’ van Michaël de moordenaar, de fraudeur, de leugenaar, alles zogenaamd van getuigen. Daar klopte helemaal niets van, maar als je vroeg hoe hij aan die informatie kwam was het: ‘De getuigen willen anoniem blijven en in het belang van het onderzoek kan ik niet alles al bekend maken, maar er is nog veel meer overweldigend bewijs dat Michaël de moordenaar is.’ En er was helemaal niks.”
Michaël: “Ze gingen een figuur modelleren, een soort gebochelde van de Notre Dame, waaraan je zo wel kon zien dat hij de dader moest zijn. Ze schetsten een heel negatief profiel. Ik was een crimineel met wapens en tatoeages die door justitie uit de wind werd gehouden.”
Grafkist
Het ging bij de Hoge Raad om zogenaamde daderwetenschap, de beheerder van de begraafplaats waar de Wittenbergs begraven liggen, had gezegd dat de klusjesman aan het hek was geweest op de dag voordat ontdekt werd dat mevrouw Wittenberg was vermoord en dat Michaël al wist dat ze vermoord was. Michaël hoorde dat in werkelijkheid pas vier dagen daarna. In november 2006 moest op last van de rechter het graf van de weduwe worden geopend omdat er een verdenking was dat Michaël het moordwapen in de grafkist had gelegd.
Michaël: “Ik vind het nog altijd onvoorstelbaar dat ze dat voor elkaar hebben gekregen, deze grafschennis, met als argument ‘commotie in de bevolking te voorkomen.’ En zo gaat je leven naar de kloten. Wij zijn al die jaren kwijt. Meike heeft nu weer een baan, voor mij is solliciteren zinloos. In 2006 was ik nog ‘de juiste man op de juiste plaats’ bij een bedrijf, maar na de eerste uitingen van De Hond was het binnen een week over: ‘Je begrijpt wel…’ Het is nu rustig, maar toen waren er dagen dat je naam vier keer per dag op televisie werd genoemd, dat werkt verlammend. Mensen hebben er geen idee wat voor impact dat heeft, dat je dat niet naast je neer kunt leggen. Een rechter vroeg me een keer of ik nog een wens had. Ik zei: ‘Ik hoop dat niemand ooit meer in zo’n situatie wordt gebracht, dat mensen worden beschermd tegen deze brandstapelmentaliteit.’ Er werd gedreigd onze honden te vergiftigen.”
Op dit moment speelt nog de procedure rond de dwangsom. In het kader daarvan is beslag gelegd op de woning van Maurice de Hond.
Meike: “Maurice de Hond weet veel van het menselijk gedrag, maar hij weet niks van mensen. Hij zei: ‘Ik ga net zo lang door tot de rechter het mij verbiedt.’ En toen de rechter het verbood ging hij nog door. De schade die wij hebben geleden kan niemand vergoeden. Hij heeft pas nog aangifte tegen mij gedaan omdat ik volgens hem heb gelogen. We missen de mensen die we kwijt zijn geraakt. Wie kun je nog vertrouwen? Je ontdekt wie je echte vrienden zijn. Dat is een heel eng idee, dat ik met een aantal mensen omging met wie ik dat beter niet had kunnen doen. Van voor 2006 zijn heel veel contacten definitief verbroken.”
Michaël: “De vrienden van vroeger spreken we niet meer, sommigen hebben ons laten vallen op het moment dat we hen het hardst nodig hadden. Iemand die zegt: ‘Het is slecht voor mijn positie op de zaak.’ Wat heb je dan in die vijftien jaar gehad? Je hebt alles met elkaar meegemaakt, dan overkomt je zoiets, alsof je huis in brand staat en dan: ‘Ik help je niet blussen want dat is slecht voor mijn reputatie.’
Meike: “We hebben vanaf 2006 in een soort staat van beleg geleefd. Na de eerste paniek hebben we jarenlang gevochten tegen De Hond. Nu we van hem gewonnen hebben moeten we verder. Dat is verschrikkelijk moeilijk, want hij heeft ons blijvend beschadigd”
Michaël: “We moeten ontslakken van Maurice de Hond. We hebben al die jaren al die klappen opgevangen. Je bombardeert een huis in puin, het is kapot. Je kunt alles lijmen, maar het blijft gebroken. We moeten hieruit, het voor onszelf weer leefbaar maken, maar dat valt niet mee. We zijn al die jaren kwijt.”
HET PROCES
Jacqueline Wittenberg werd op 23 september 1999 in haar woning in Deventer vermoord. Twee maanden later werd boekhouder Ernest Louwes aangehouden: hij had kort voor de moord met de weduwe gebeld, zijn mobiele telefoon was ‘aangestraald’ via een zendmast in Deventer. Zijn alibi rammelde. Verder zou uit een geurproef zijn gebleken dat er verband was tussen Louwes en het moordwapen. De rechtbank in Zwolle achtte het bewijs niet wettig en overtuigend en sprak Louwes in maart 2000 vrij. Het Hof in Arnhem oordeelde anders: in december 2000 werd Louwes veroordeeld tot 12 jaar.
In juli 2003 werd een herzieningsverzoek toegewezen omdat was gebleken dat de geurproeven onbetrouwbaar waren. De zaak werd opnieuw behandeld door het Hof in Den Bosch. Daar kwam nieuw bewijsmateriaal op tafel in de vorm van dna-materiaal. Op grond hiervan werd Louwes in februari 2004 wederom veroordeeld tot 12 jaar. Direct na deze uitspraak werd hij aangehouden, waarbij hij zich hevig verzette. Dit werd opgenomen door een televisiecamera, de beelden waren voor opiniepeiler Maurice de Hond aanleiding te denken dat Louwes onschuldig was. Hij raakte ervan overtuigd dat Michaël de Jong de dader moest zijn.
De Jong was na de dood van de weduwe wel ondervraagd door de recherche, maar is nooit verdachte geweest. Het gerechtshof in Amsterdam veroordeelde De Hond in oktober 2009 tot twee maanden voorwaardelijke celstraf omdat hij herhaaldelijk Michael de Jong publiekelijk heeft neergezet als dader terwijl iemand anders, Ernest Louwes, daarvoor is veroordeeld. De Hond was in cassatie gegaan, onder meer omdat hij in een civiele zaak al was veroordeeld. Daarin was hij veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan Michael de Jong van 120.000 euro. De civiele rechter verbood hem ook om zijn overtuiging nog langer uit te dragen. Na de uitspraak van de Hoge raad kondigde De Hond de zaak aan te kaarten bij het Europese hof in Straatsburg.
Reactie Maurice de Hond
Ik wil dus dat jullie de onderstaande reactie opschrijven. Als deze niet integraal wordt opgenomen dan behoud ik me alle rechten voor t.o.v. de uitgever van het blad. (Nog los van het feit dat ik sowieso me alle rechten voorbehoud ten aanzien van Michael en Meike zelf.) Nadat ik meer dan 25 leugens en onwaarheden in het conceptartikel had geteld ben ik maar gestopt.
Zowel Michael de Jong als Meike Wittermans zijn blijkbaar structureel niet in staat om werkelijkheid en fantasie uit elkaar te houden. Dat was ook al gebleken bij hun verhoren die vanaf 1999 door de politie van hen zijn afgenomen. Zo hebben ze kort na de moord zowel over hun alibi en de aankoop van een mes door Michael twee dagen na de moord aantoonbaar en bewijsbaar onwaarheid gesproken.
Niet voor niets heb ik aangifte wegens meineed ingediend tegen beiden naar aanleiding van het verhoor dat hen op 30 juni jl. is afgenomen. O.a. ontkende Michael daar ooit met een mes onder zijn kussen te slapen, terwijl niet alleen twee onafhankelijke getuigen verklaarden dat hij altijd met een mes onder zijn kussen sliep maar hij had zelf op 12 oktober 1999 bij de politie bevestigd dat hij toen met een mes onder zijn kussen sliep.
Het is triest dat een journalist en een medium hen kritiekloos de ruimte geeft om hun leugens en onwaarheden te spuien. Terwijl de vragen die echt gesteld zouden moeten worden, niet gesteld worden. Het zegt helaas meer over zowel Michael en Meike als de journalist dan over mij.
Als jullie dit artikel over Michael en Meike zo plaatsen zonder mijn reactie integraal te plaatsen zoals ik het hierboven tussen aanhalingstekens heb staan dan zal ik ook Panorama en de uitgever ervan in rechten aanspreken. Het is niet mijn plicht maar jullie plicht om je ervan te vergewissen dat als je mensen een platform geeft om over iemand anders smadelijke opmerkingen te doen dat berust op de waarheid. En je kan dan niet volstaan door het naar die persoon te sturen en hem te vragen te reageren. Het gaat niet om een of twee feitelijke fouten die gecorrigeerd moeten en kunnen worden, maar het gaat om een structurele aanpak van de ondervraagden vol met feitelijke onjuistheden, onwaarheden en leugens.Als jullie dit artikel zo publiceren, zonder mijn reactie die hierboven tussen haakjes staat, dan spreek ik jullie dus aan op jullie rol in het bewust medewerken aan het doen van smadelijke en lasterlijke mededelingen over mij.
Maurice de Hond
Een actueel bericht, naar aanleiding van de verfilming van het boek van Bas Haan over de Deventer Moordzaak, staat hier